Journal · Dominicaanse Republiek
Öko Caribe
Waar de bonen voor onze ceremoniële cacao, onze cacaoboter en ons cacaopoeder vandaan komen: Pimentel, in de provincie Duarte.
Öko Caribe heeft zijn fermentatie- en droogcentrum in Pimentel, in de provincie Duarte, in de regio Cibao, in de Dominicaanse Republiek. Duarte is de provincie met de meeste cacaoplantages van het land. Vlak bij Pimentel mondt de Camú uit in de Yuna; net ten noorden loopt de Cordillera Septentrional. De producenten uit de omgeving telen cacao op kleine bedrijven, in halfschaduw, tussen avocadobomen, bananenplanten en sinaasappelbomen.
Hooguit zes uur
Öko Caribe koopt de cacao vers, nog omhuld door zijn witte pulp, en laat hem op één plek fermenteren. Hooguit zes uur na de oogst moet hij in het centrum van Pimentel zijn aangekomen. Hij fermenteert vijf tot zes dagen in trapsgewijs opgestelde houten kisten, waarin het team de temperatuur bewaakt. Hij droogt een week tot tien dagen in een zonnetunnel. Tussen kist en zak verliest hij zestig tot zeventig procent van zijn gewicht. De bonen worden met de hand gesorteerd en in zakken van zeventig kilo verpakt.
In de Dominicaanse handel heet ongefermenteerde, gewoon gedroogde cacao „Sánchez”, naar de haven vanwaar hij vroeger vertrok; gefermenteerde cacao heet „Hispaniola”, zoals het eiland. Deze cacao is een Hispaniola. De oogst loopt van maart tot augustus.
Van Potosí naar Pimentel
Gualberto Acebey komt uit het departement Potosí, in Bolivia: een klein dal in de Andes, op meer dan drieduizend meter hoogte. Op zijn achttiende vertrekt hij om in Duitsland te studeren. Zijn universiteit heeft kassen die het klimaat van het Amazonegebied nabootsen: in Duitsland, zo vertelt hij, ontdekt hij cacao. Na zijn studie gaat hij aan de slag bij het Duitse overheidsagentschap voor ontwikkelingssamenwerking. Zes jaar lang werkt hij aan een project met El Ceibo, een Boliviaanse coöperatie die hij omschrijft als de eerste biologische cacaocoöperatie ter wereld. Daarna biedt het agentschap hem vergelijkbaar werk aan in de Dominicaanse Republiek, bij CONACADO, een federatie van cacaocoöperaties die toen meer dan achtduizend kleine producenten telt. Adriano Rodríguez is daar zijn partner.
Rond 2000, vertelt Gualberto, geldt Dominicaanse cacao als cacao van mindere kwaliteit: hij wordt heel weinig gefermenteerd, bonen van allerlei soorten worden door elkaar gemengd, en hij wordt tegen een lage prijs verkocht. Bij CONACADO begint men de cacao vers in te zamelen om hem in één centrum te verwerken, „als een revolutie in het land”. Met de steun van CIRAD, de Franse organisatie voor landbouwkundig onderzoek ten dienste van ontwikkeling, voeren Adriano en Gualberto bijna drie jaar lang proeven uit. Goed gebouwde houten kisten komen als beste uit de bus. Voor het drogen, zegt Gualberto, passen ze de zonnetunnel uit de koffiesector aan voor cacao. In 2006, na zeven jaar bij CONACADO, richten ze Öko Caribe op. „Öko” betekent „eco” in het Duits.
Vandaag de dag kennen Gualberto en Adriano elk van de producenten persoonlijk. Ze lenen hen geld voor de uitgaven voor de cacao en voor noodgevallen in het gezin. Öko Caribe leidt hen op in snoeien en herplanten, en helpt de wegen te herstellen. „Wat ons aan volume ontbreekt,” zei Gualberto in 2017, „maken we goed met kwaliteit.”
Onze grondstoffen
Eén boon,
drie grondstoffen
Van deze bonen wordt cacaomassa gemaakt: dat is onze ceremoniële cacao, honderd procent cacao, licht geroosterd en gewoon getempereerd, in brokjes. Geperst levert cacaomassa boter op en een perskoek die, eenmaal gemalen, poeder wordt. Onze boter, niet gedesodoriseerd, en ons poeder komen van bonen van dezelfde onderneming. Crafting Markets, in Amsterdam, verbindt ons met Öko Caribe.
Vijf jaar lang kwam onze ceremoniële cacao van een ander project. In 2026 proefden we de cacaomassa van Öko Caribe, die Crafting Markets ons aanbood, en we kozen ervoor.





